Zit jij vast in dit opruim-dilemma? Zo pak je het aan
Nog geen zin om fanatiek op te ruimen, maar word je wel gek van al die rommel om je heen? Dat knagende gevoel dat je huis nooit écht opgeruimd is… ja, dat dus. Dan helpt het om het simpel te houden.
Alles wat je in huis hebt, kun je opdelen in drie categorieën:
- Dit wil je absoluut houden
- Hier twijfel je over
- Dit kan gewoon weg
Die derde categorie is duidelijk. Maar juist bij die twijfelgevallen gaat het vaak mis. Daar blijf je maar omheen draaien. Toch is dit het moment om eerlijk te zijn naar jezelf.
Gebruik je het nog? Maakt het je blij? Of ligt het er vooral… te liggen?
En ja, soms zit er iets tussen met emotionele waarde. Prima. Maar wees kritisch. Niet alles hoeft een plekje te krijgen ‘voor het geval dat’.
Want dit is wat er gebeurt: hoe meer spullen je bewaart, hoe minder overzicht je hebt. En hoe minder overzicht, hoe onrustiger het voelt in je hoofd.
Ruimte in huis doet iets met je. Het lucht op. Het geeft overzicht. En ineens voelt alles… een stuk fijner. Je kunt alles weer makkelijk vinden, je bent blij met wat je hebt en je huis wordt weer overzichtelijk, opgeruimd en minder stoffig.
Categorie 1
Spullen die je wilt houden
Dit zijn de spullen waar je niet eens over hoeft na te denken. Die blijven.
Denk aan dingen met emotionele waarde: fotoalbums vol met mooie herinneringen, die eerste tekeningen van je kinderen waar alle huizen een puntdak hebben, oude rapporten met cijfers waar je toen zó trots op was, dat zwemdiploma dat je kind met knikkende knieën binnenhaalde. En ja, ook dat ene boek dat je meteen terugbrengt naar een bepaalde periode in je leven.
Daarnaast heb je de praktische basis van je huis. Je eettafel, stoelen, bank, wasmachine… dingen die je gewoon nodig hebt om te wonen en te leven. Daar valt weinig over te twijfelen.
Alles in deze categorie herken je meteen. Het maakt je blij, het is nuttig of het hoort gewoon bij je huis. Hier hoef je dus geen energie in te steken. Sterker nog: hier blijf je van af. Want dit is precies de kern van je huis.

Categorie 2
Spullen die ooit nog van pas komen
Hier begint het getwijfel. Bewaren of weggooien? Dit zijn de spullen waar je nét geen afscheid van neemt… maar waar je ook niets mee doet.
Die ene jurk die al twee jaar in je kast hangt. Je trekt ’m niet aan, maar wegdoen? Mwah. Misschien ooit nog. Die broek die nét niet lekker zit, maar ‘voor als je weer een maatje minder hebt’ blijft hangen.
En dan die boeken. Je vond ze eigenlijk niet zo bijzonder, maar toch blijven ze staan. Ga je ze echt nog eens openslaan? Of pak je straks liever een nieuw boek, of juist dat ene verhaal dat je wél bijbleef?
Ook zo’n klassieker: dozen met babyspullen. Alles bewaren ‘voor later’. Maar eerlijk… zit je kind daar over dertig jaar echt op te wachten? Of is het juist mooier om alleen de dingen te houden die echt een duidelijke herinnering oproepen? Zoals de eerste schoentjes, dat knuffeltje dat overal mee naartoe ging en het favoriete voorleesboekje dat je eindeloos hebt voorgelezen.
Dit is precies de categorie waar je keuzes maakt. Niet alles hoeft te blijven. Kies wat waarde heeft. De rest kan je loslaten.
Categorie 3
Spullen die je kunt weggooien of weggeven
Dit is de categorie waar het lekker opschiet. Hier valt weinig over te twijfelen. Dit zijn de spullen die ruimte innemen, maar je niets meer opleveren. Grote kans dat je ze niet eens mist.
Wat moet je met dingen die kapot zijn? Of spullen waar je al jaren niet naar omkijkt?
Om je op weg te helpen, dit zijn spullen die meestal gewoon weg kunnen. Veel van die spullen zijn een open boek, maar toch slingeren ze in veel huizen onopgemerkt rond.
- Spullen die kapot zijn
- Puzzels waar stukjes van ontbreken
- Kleding die je al twee jaar niet hebt gedragen
- Apparaten en snoertjes die het niet meer doen
- Boeken die je halverwege hebt weggelegd
- Oude tijdschriften en kranten die zich opstapelen
- Bloempotten die hun beste tijd hebben gehad
- Gadgets die totaal niet meer bij je interieur passen
- Miskopen waar je nog steeds een beetje van baalt
- Schoenen die echt op zijn
- Die achterste potjes in je voorraadkast waar je niks meer mee doet
Dit is het moment om door te pakken. Weg ermee. Doneren wat nog goed is, de rest de deur uit.
En let op: hoe minder je bewaart, hoe minder je straks hoeft op te ruimen. Scheelt je een hoop werk.
Lees ook: Waarom een georganiseerde voorraadkast je tijd én geld bespaart (en hoe je het aanpakt)
Dit gebeurt er in je hoofd bij rommel
Volgens het Princeton Neuroscience Institute werkt je brein een stuk rustiger in een opgeruimde omgeving. Uit onderzoek blijkt dat je hersenen elk voorwerp in je blikveld proberen te verwerken. Dus ja, ook die losse papieren, mokken en rondslingerende spullen. Hoe voller je huis, hoe meer prikkels je binnenkrijgt en hoe lastiger het wordt om je te focussen. Een opgeruimd huis helpt je hoofd dus echt mee om overzicht te houden.
Waar het op neerkomt: een groot deel van wat nu in categorie 2 zit, kan eigenlijk zo door naar categorie 3. Twijfel? Dan is dat vaak al je antwoord. Vind je het lastig om in één keer afscheid te nemen? Maak het jezelf dan makkelijker. Pak een doos, schrijf er groot op: TWIJFEL. Alles waar je over aarzelt, gaat daarin. Zet meteen een reminder in je agenda, een jaar vooruit. En dan… eerlijk zijn. Heb je het gemist? Heb je het gebruikt? Of wist je niet eens meer dat het er lag?
Precies.
Grote kans dat je prima zonder kunt. Dus hup, doorpakken. Breng het naar de kringloop, stop het in de kledingcontainer of geef het weg aan iemand die er wél blij van wordt. Dat ruimt niet alleen je huis op, maar ook je hoofd.
Hoe fijn is het als je huis weer overzichtelijk is en je niet meer hoeft te zoeken naar spullen die je toch niet gebruikt? Aan de slag dus!
Foto: iStock














